


De basisvorm van het ontwerp is een bouwblok van resp. drie/vier bouwlagen rond een open binnenterrein, waarbij het blok aan de kant van de doorgaande weg vier bouwlagen hoog is en aan de Tuindorpzijde drie. Een dergelijk gesloten bouwblok is de ideale vorm voor een flexibel schoolgebouw, omdat functies binnen bebouwing kunnen 'doorschuiven'; het gebouw heeft daarom dragende gevels met een kolommenrij en een open plattegrond met flexibele wanden. Daarnaast zorgt de bouwblokvorm er ook voor dat er via de gevels meer dan voldoende daglicht en verse lucht het gebouw kunnen binnendringen. Daarbij is er een grote verscheidenheid aan buitenruimtes, voor zowel de leerlingen en de medewerkers: de parkachtige zone buiten het bouwblok, de ruimte op het binnenterrein én de twee dakterrassen.
De opzet - een gesloten bouwblok met een open gebouwstructuur - maakt een hoge mate van flexibiliteit mogelijk. Groei en krimp van de verschillende leerdomeinen zijn goed op te vangen en domeinen kunnen van elkaars ruimtes gebruik maken. Binnen de gebouwstructuur zijn wanden eenvoudig te verplaatsen, zodat kan worden ingespeeld op nieuwe ontwikkelingen in het onderwijs. De maat van het bouwblok is zo gekozen dat er in de toekomst zelfs - als dat nodig is - kantoren en woningen in kunnen worden ondergebracht; de gebouwstructuur kan het aan.



De hoofd- en avondentree ligt aan de parallelweg van de Eykmanlaan, net als de parkeerlocaties en de haltes van het openbaar vervoer. Een tweede directe entree, de leerlingenentree, komt vanuit de fietsenstalling onder het gebouw binnen. Een derde, meer informele entree loopt via het binnenterrein. Elk van de entrees komt uit in het hart van de school, het atrium waar de receptiebalie ligt, met daarnaast de aula. Dit hart is een binnenruimte van drie bouwlagen hoog met spectaculaire trappartijen. Elk domein profileert zich hier en leerlingen van alle domeinen ontmoeten elkaar.
De leerlingen op het Gerrit Rietveldcollege hebben eigen ruimtes, ook wel domeinen genoemd. De docent komt naar de leerling toe, dus de leerling verblijft op een vaste vertrouwde plek in de school. Op de begane grond liggen vakdomeinen zoals Exact, Kunst & Cultuur en Sport. Op de eerste verdieping liggen de vakdomeinen Mens & Samenleving, Talen en de domeinen van de HAVO/VWO leelringen; omdat deze domeinen dezelfde soort ruimtebehoefte hebben, kunnen deze onderling schuiven. Op de tweede verdieping zijn de domeinen Sport & Beweging en MAVO gelegen. Ook al deze domeinen zijn te bereiken vanuit het atrium, dat tevens fungeert als hoofdtrappenhuis, zodat andere domeinen niet gekruist hoeven te worden.



Het ontwerpproces was opgezet als een integrale opdracht, waarbij atelier PRO verantwoordelijk was voor de adviseurs: we stuurden het ontwerpteam aan en wisten samen een gebouw te ontwerpen met een lage exploitatiekosten. Atelier PRO en de adviseurs werkten samen in BIM, met daaraan gekoppeld een database met materiaalhoeveelheden, kwaliteiten en kosten. Op elk moment tijdens het ontwerpproces kon het ontwerpteam zowel de investeringskosten als de exploitatiekosten voor de opdrachtgever, de Gemeente Utrecht, inzichtelijk maken; zo kon de gemeente weloverwogen beslissingen nemen. Voor elk fase rekenden we de investeringskosten en de exploitatiekosten door en zorgden ervoor dat het ontwerp binnen de projectkaders bleef die de opdrachtgever ons gaf.




