


Het vernieuwde ontwerp respecteert het rijksmonument en het omliggende landschap: door latere ingrepen te herstellen is de originele schoonheid teruggebracht. Daarnaast hebben een nieuw programma en nieuwe eisen geleid tot transformatie en uitbreiding; de nieuwbouw is tegen het oude gebouw aan gerealiseerd en de parkeervoorziening is geconcentreerd. Door de sloop van latere bijgebouwen is ook het landschap weer in ere hersteld.
Het kleinseminarie is oorspronkelijk ontworpen in de stijl van de Delftse School. Het gebouw is traditioneel in verschijning, maar zakelijk van opzet - waarbij gebruik werd gemaakt van destijds vernieuwende constructies en materialen. Afhankelijk van het toenmalige programma is het karakter soms sober, solide en voornaam, maar soms ook fris, licht, flexibel en neutraal. Tijdens de restauratie zijn kleuren en materialen weer teruggebracht tot die uit 1935, of daarop geënt. Ook zijn de voormalige slaapzolders teruggebracht naar de oorspronkelijke hoogte van tien meter, wat fantastische lichte werkruimtes heeft opgeleverd.



De nieuw toegevoegde gebouwdelen zijn net als de oudbouw: solide, ruim en onderscheidend, maar licht en modern vormgegeven; daarbij hebben we veel gebruik gemaakt van staal en glas. De nieuwe delen zijn als het ware satellieten van het oude hoofdvolume, zoals de oude facilitaire gebouwen dat ook waren. Toen rijzig en verticaal, nu horizontaal en met lichte materialen.
Een sprekend voorbeeld van hoe architectuur uit twee tijdvakken elkaar kan versterken, is het Atrium. Door de oude binnenhof met krachtige vormgeving in glas en staal te overkappen, is een indrukwekkende binnenruimte ontstaan. De synergie tussen oud en nieuw heeft een representatieve plek opgeleverd voor Het Nieuwe Werken - een leercentrum, mediatheek en centrum voor ontmoeting, het nieuwe hart van de organisatie.
De oude entrees waren te klein voor de nieuwe, toegenomen bezoekersstromen. Daarom is aan de noordkant van het gebouw een nieuwe hoofdentree gerealiseerd. Hier kon, zonder afbreuk te doen aan het monumentale landschap, ook een grote parkeerplaats worden aangelegd. Door sloop van het voormalige mannenhuis en de vormgeving van het terrein is deze vroeger wat rafelige achterkant een representatief entreegebied geworden. Zo konden ook de oude entrees in oude luister worden hersteld.



Met deze transformatie kon het monumentale, als kleinseminarie gebouwde complex worden behouden en gaat het een nieuw leven tegemoet. Door een slimme combinatie van het gebruik van aardwarmte in de winter, aardkoeling in de zomer, een overdruksysteem en achterzetramen, kon het gebouw heel comfortabel worden en konden toch de bestaande monumentale vensters worden behouden.
Door de restauratie, en door het verdunnen van de dichtgegroeide vegetatie, verschijnt de oude gevel weer als in 1935. En subtiel toont zich ook de nieuwe ingreep: de oude dame draagt een aureool, die van het nieuwe glazen Atriumdak.




