


Het terrein kon slechts van één kant worden ontsloten.Al vrij snel ontwikkelde zich het idee de bouwblokken loodrecht op de oever vande Aa te plaatsen zodat zoveel mogelijk bewoners daar zicht op zouden hebben.Tussen de blokken liggen autovrije woonpaden die met elkaar verbonden zijn dooreen steeg. Een veilig milieu voor spelende kinderen en toch is het parkerendicht bij huis.
Door de 'ingenomen' kappen op de koppen, gedragen doorstalen kolommetjes, door te laten steken, ontstaat een aantal taferelen achterelkaar en vanaf de ontsluitingsweg zicht op de Aa. De kopwoningen aan de Aahebben houten terrassen, pergola's en op de hoeken een grote erker.
Bij de entree van de wijk is de kap geheel over de wegdoorgetrokken zodat een poort ontstaat, die als een venster zicht geeft op eenmonumentale plataan.
De helder witte, kantige blokjes met een zwarte plint,zijn geïnspireerd op het witte dorp van Dudok in Eindhoven. De tuinen wordenmet hagen afgescheiden. Primaire kleuren, glazen luifels en afgeschuinde kokersrond de badkamerramen als accenten. De ontsluitingsstraat heeft een informeelkarakter. Voetgangers naast auto's, de auto is te gast. De keerlus aan heteinde houdt de auto ver van de oevers verwijderd. Bestaande bomen en heesterszijn door de landschapsarchitect, Peter Lubbers, opgenomen in een gemeenschappelijkparkje. Lantaarns zijn opgenomen in haagblokken en ook alle tuinen wordenomgeven door hagen. Zwart-wit geblokte stroken in de woonpaden maken contactmet de architectuur.










