


Het bouwprogramma en de stedenbouwkundige randvoorwaarden van dit wooneiland zijn zodanig geformuleerd, dat er weinig andere mogelijkheden zijn dan het optimaliseren van de bekende Nederlandse rijtjesverkaveling. Het eiland is opgevat als een ‘akker’ die wordt ontsloten door een ‘lint’ dat toegang geeft tot verschillende ‘velden’ binnen de akker. Deze velden onderscheiden zich onderling door verkavelingrichting, openbare ruimte en woningtypen en worden van elkaar gescheiden door paden die samen met het lint de hoofdstructuur van het eiland vormen. Aan de uiteinden sluiten deze paden aan op de ruim gedimensioneerde, openbare oevers van het eiland die onder andere ruimte bieden aan speelvoorzieningen voor kinderen.



Om in de akker met laagbouwwoningen spanning te creëren en meer ruimte te maken zijn rond het lint enkele 'Groszformen' gepland: kloeke karakteristieke woongebouwen van een grotere schaal, waarvoor atelier PRO de metaforen van ‘silo’ en ‘boerderij’ geïntroduceerd heeft. Deze plaatselijke bebouwingsconcentraties maakten het mogelijk om elders op het eiland door hagen omzoomde open ruimten (‘erven’ en ‘gaarden’) te realiseren.







