


In het souterrain bevonden zich een zetterij en een drukkerij, op de parterre een vergaderruimte en kantoren. Op de eerste verdieping eveneens kantoren en op de bovenste verdieping een bibliotheek en leeszaal voor de leden van de bond.
De hal met de trappen vormt de grote charme van het gebouw: het daglicht, het geglazuurde metselwerk, de hardstenen vloerplaten en de hanglamp van de sierkunstenaar Eissenlöffel zijn heel bijzonder.
Jubilea en belangrijke wapenfeiten waren reden voor verfraaiing van het gebouw: panelen van R.N.Roland bij de invoering van de achturige werkdag in 1911 en schilderingen in de bondsraadzaal in 1913.



Diverse respectloze verbouwingen hebben het gebouw geen goed gedaan.
Bij de verbouwing in 1990 werd met een bescheiden budget enerzijds het gebouw geschikt gemaakt voor tentoonstellingen van materiaal over de geschiedenis van de vakbeweging anderzijds werd het gebouw zoveel mogelijk in ere hersteld. Authentieke terreinpaaltjes zijn teruggeplaatst, de glasplaat naar het souterrain is in ere hersteld en op de bovenste verdieping werden behalve het plafond de samengestelde gietijzeren kolommen en originele schilderingen op wanden en stalen balken blootgelegd.







