Buurschap Roosenhorst, Voorschoten

exclusieve woonomgeving


opgedeeld in vier ‘kamers’

Buurschap Roosenhorst, Voorschoten

In het historisch cultuurlandschap De Duivenvoordecorridor komt het buurschap Roosenhorst. Deze kleinschalige woonwijk komt op een strandwal met aan de zeezijde het duinlandschap en aan de andere zijde de Vliet met daarachter het Hollandse veenweidenlandschap. Het is een half open landschap met statige bomenlanen met monumentale boerderijen, buitenplaatsen en villa’s. In de nabijheid  ligt de historische buitenplaats Duivenvoorde tussen opgaand bos. De locatie was volgebouwd met kassen en bijgebouwtjes maar door de transformatie in een buurschap werd voor een deel het historische landschap hersteld. De 43 woningen van het buurschap zijn verdeeld over vier woonmilieus met elk een eigen woningtypologie en buiteninrichting. Een schaalverkleining vond plaats met de transformatie in vier verschillende sferen, of ‘kamers’, die verwijzen naar het oude cultuurlandschap rondom, en haar bebouwing.

Landgoederenzone van Petzold op de strandwal
De strandwal met daarop de historische Heerweg (tegenwoordig Veurseweg) en langs de Vliet is een landgoederenzone waar de afgelopen vijfhonderd jaar statige buitenhuizen werden gebouwd en landgoederen verrezen voor de in de Residentie werkzame bestuurders, kooplieden en adel. Maar deze zone is veel langer bewoond. De Vliet werd in de Romeinse tijd langs deze strandwal gegraven in opdracht van legeraanvoerder Corbulo door soldaten en verbond Oude Rijn (Leiden) met de Maas (Naaldwijk). De Veurseweg is de belangrijke verbindingsweg op de strandwal die landgoederen als kralen aan een ketting verbindt.  Hier ligt o.a. de oprijlaan naar Kasteel Duivenvoorde,  de Horstlaan die leidt naar Landgoed de Horsten en het verderop gelegen landgoed Roosenburg. Andere landgoederen in de zone zijn Adegeest, Beresteyn en Bijdorp, maar ook Roosenhorst, een buitenplaats waarvan de oorspronkelijke ligging onbekend is. Men vermoed dat de Roosenhorst aan weerszijden van de Veurseweg heeft gelegen, alleen een voormalige dienstwoning herinnert nog aan dit landgoed.

De Duitse tuinarchitect Eduard Petzold (1815-1891) kreeg rond 1854 van Frederik van Oranje-Nassau de opdracht de verschillende landgoederen aaneen te smeden, waaronder het koninklijk landgoed De Horsten, Landgoed Huize De Paauw, Landgoed De Raephorst, Landgoed Eikenhorst en Landgoed ter Horst. Door een veelheid aan kleine bosschages probeerde Petzold een schakering te bereiken. Hij creëerde een spel van open weiden met zichtlijnen en gesloten bos. Inmiddels is het landschap meer dan 150 jaar verder en nog altijd wordt deze schakering tussen open en dicht als kwaliteit beschouwd in dit cultuurlandschap. Petzold gebruikte ook de oude wegen- en paddenstelsels en weidse doorzichten naar het omringende landschap. Voorbeelden hiervan zijn de Horstsloot en de Hortslaan die beiden op Roosenhorst aansluiten. Met de transformatie (het weghalen van de kassen en bijgebouwen) willen wij in de geest van Petzold het cultuurlandschap weer herstellen.

Het Buurschap Roosenhorst
Bij de transformatie wordt de locatie  in vier woonmilieus opgesplitst met verkleinde schaal. Het buurschap kenmerkt zich doordat de onderlinge samenwerking tussen buren centraal staat. Het collectief gedachtengoed is zelfvoorzienend zijn, gemeenschappelijk gebruik van buitenruimte en collectief beheer. De vier woonmilieus verwijzen naar de landschapstypen die voortkomen uit de agrarische functie van het cultuurlandschap: de weg met lintbebouwing, bos voor hakhout, weidegronden voor vee, moestuinen en boomgaarden voor groenten, kruiden, noten en fruit. Deze landschapstypen met de bijbehorende bebouwing zijn uiteraard niet stil blijven staan en zijn in de loop der jaren ook geëvalueerd. Recreatie en natuurbeleving hebben inmiddels een belangrijke betekenis gekregen terwijl de pure agrarische functie is afgenomen. Echter, de structuur die Petzold bracht zijn nog altijd karakteristiek voor de wijde omgeving. Belangrijkste landschappelijke elementen zijn hetzelfde gebleven. Door hierop voort te bouwen bedden we Roosenhorst in de Duivenvoordecorridor.

De vier kamers van Roosenhorst: de balans tussen verscheidenheid en eenheid  
Om het landschappelijk karakter te waarborgen is de totale dichtheid van woningen 9 woningen per hectare. Een woonmilieu of kamer is helder begrensd en heeft door het samenspel van open landschap met zichtlijnen en dichte bosschages, en gebouwtypologie een geheel eigen sfeer. De vier kamers volgens het bestaande slotenpatroon. Water, zichtlijnen en zorgvuldige positionering van straten zorgen voor samenhang en begrenzing van de kamers. Het spel tussen open met zichtlijnen en dicht met meer beplanting is naast het type bebouwing belangrijk voor de beleving van de kamer. Voor deze nieuwe bewoners is ook een variatie van woningen in verschillende typologieën en afmetingen ontworpen. De nieuwe bebouwingstypen die wij gebruiken komen voort uit lokale typologieën. Wij onderscheiden daarbij drie soorten bebouwing: boerderijen (met stallen etc.), lintbebouwing in rijen, statige landhuizen en villa’s uit een latere periode. Dat vertaalden wij naar een landhuis met appartementen, een boerderij met onder de kap twee of drie woningen, los staande huizen in het lint, en vrijstaande villa’s. De vier kamers noemen wij: Het Lint, Het Veld, De Boomgaard en De Bosrand.

Kamer 1 - Het Lint met de losse bebouwing: Langs de Kniplaan wordt verkaveld in een wat robuustere woonkorrel. Sculpturale huizen, opgetrokken uit baksteen, met pannenkappen worden per drie of twee geschakeld en met een brug over de sloot ontsloten. De ‘kloeke’ vorm geeft de woning een representatieve uitstraling naar de Kniplaan terwijl de zijgevels meer bescheiden opgezet zijn. De huizen completeren de lintbebouwing aan de Kniplaan en sluiten aan op de bestaande morfologie. Het zicht op de historische boerderij wordt gerespecteerd. De al bestaande huizen blokkeren de openheid van de Veurseweg. Daarom ligt deze kamer langs de weg en liggen de andere kamers in de luwte van Het Lint.

Kamer 2 - Het Veld met het statige landhuis: Vanaf de Horstlaan, over de Veurseweg heen, ligt net even verschoven een beukenlaan, de hoofdontsluiting van Roosenhorst. Onder de beschutting van de bomen rijdend, kijk je ver het landschap in richting de Vliet. Aan deze zijde ligt de formele entree van de Roosenhorst op 70 cm boven maaiveld. Een eikenlaan voert naar het landhuis met appartementen aan het water omgeven door rode beuken. Het landhuis is het icoon van het gebied dat refereert naar de typologie van het landhuis welke van oorsprong wat dieper in het open landschap staan en met lanen verbonden zijn met de hoofdontsluiting. Door het te omzomen met rode beuken vormt het een accent aan het einde van een lange zichtlijn die op grijze dagen in een streep zonlicht oplicht.

De ‘moderne’ vertaling van het type landhuis is op meerdere aspecten af te lezen. Bij dit symmetrische woongebouw zijn alle ramen gelijk waardoor, typisch bij een landhuis, niet is af te lezen welke functie zich erachter bevindt. Deze repetitie wordt onderbroken door de verhoogde entree. Er ontstaat grandeur aan de entreezijde terwijl de zijkanten neutraler zijn. Er is een duidelijke driedeling: een basement, de piano nobele en een beëindiging: het dak. Ook typisch ‘landhuis’ zijn de aangezette hoeken, welke de private buitenruimte opvangen, en het spel van horizontale en verticale lijnen. Dichter bij het gebouw aangekomen is de rijkdom aan materiaal en detaillering waar te nemen. De witte bakstenen gevel verwijst naar types van grote landhuizen die we verder terugzien in de Duivenvoordecorridor. De buitenruimte is geen tuin maar een park met een soort ‘private openbaarheid’.

Kamer 3 - De Boomgaard met de boerderijen: Aan de oevers van de Horstsloot wordt een boomgaard met fruit- en notenbomen omzoomd door dubbele boerenhuizen in gedekte tinten met rieten kappen. Het is een kamer die verscholen is achter de bestaande huizen langs de Veurseweg en een meer verscholen woongemeenschap met loslopende kippen op de centrale brink. De woningen hebben verticale houten geveldelen en rieten daken. Lichte kleurverschillen in het hout weten de repetitie factor op subtiele wijze te verzachten.

Kamer 4 - De Bosrand met de villa’s: Aan de andere rand van het gebied bevindt zich een reeks ecologische landschapsvilla’s die met hun tuinen opgaan in een broekbos met berken en wilgen. Elk huis heeft een steiger voor een bootje. De daken zijn van riet en de gevels van hout. Glazen puien tot de nok richten zich op het open landschap.

 

 

 

    Boomgaard type C
  • Boomgaard type C
  • Bosrand type F
  • Lint type A
  • Landhuis