Cultuurcluster Broederenklooster Zutphen

Cultuurcluster Broederenklooster Zutphen

Het transformeren van het historische gebouwensemble van het Broederenklooster naar een aansprekend cultuurcentrum vraagt van een architect veel inzicht, creativiteit en expertise. Ons uitgangspunt daarbij is de kwaliteiten van de bestaande bebouwing vast te houden en daarmee de nieuwe bebouwing vorm te geven. Het proces begint voor ons met het doorgronden van het bestaande gebouw, de ordeningsprincipes en de architectuur. Wij zoeken de knelpunten van de historische gebouwen en stedelijke ruimten op, bestuderen en evalueren deze en trekken vervolgens de conclusies voor de nieuwe bebouwing. Creatief is de oplossing om een gebouw te maken die de sfeer van de stad oppakt en op een eigentijdse manier interpreteert en naar een aansprekende architectuur.

Wij denken dat het een essentiële kwaliteit is om het karakter van de historische stedelijke ruimten te herstellen. Juist de beslotenheid van de ruimte geeft het kloosterhof de sereniteit en intimiteit die hoort bij deze ruimte. Een status die past bij de betekenis van het oude Kloosterhof maar ook juist past bij het Gideonmonument dat herinnert aan het bombardement. Niet het lawaai van de alledaagse stad maar juist de stilte, de contemplatie en de waardigheid van het ommuurde hof geeft een bijzondere kracht en ruimte tot overdenking.Wij vinden het van belang dat de hofjes zijn afgebakend door bijvoorbeeld een poort of een andere overgangsruimte. De Broederentuin krijgt pas zijn bijzondere betekenis door de twee poorten daarheen.

Het Broederenklooster en de nieuwbouw ontstijgt de regio Zutphen door de programmering van het cultuurcluster en de bekendheid die men daaraan ontleent. De nieuwbouw moet aansprekend, karaktervol, herkenbaar en wervend zijn maar mag in betekenis ook niet worden overschat. Het uitgesproken karakter van de nieuwbouw dat op een creatieve manier de laat middeleeuwse architectuur (steile daken), materialen, korrelgrootte en schaal van de bebouwing, de intimiteit van de stedelijke ruimten op een nieuwe manier interpreteert kan een bijdrage zijn voor een bovenregionale uitstraling.

Het ensemble van het Broederenklooster verdeeld in twee zones met elk een eigen verkeerscirculatiesysteem. Een zone waar het publiek zich vrijelijk kan bewegen en een beveiligde zone voor de medewerkers en vrijwilligers. De publiekstoegankelijke ruimten liggen zo veel mogelijk op begane grond. Hier bevindt zich de entreehal met de musea/VVV-shop en de multifunctionele zaal, het museum café in het Dormitorium en de bibliotheek in de Kloosterkerk. De Kloostergang verbindt deze afzonderlijke functies zodat er een entreegebied ontstaat. De musea liggen op de 1e verdieping van de nieuwbouw en in de Refter. Op de 2e verdieping in de nieuwbouw is ruimte voor een wisseltentoonstelling. In de nieuwbouw is ook een lift en trap voor bezoekers. De niet publiek toegankelijke  en beveiligde zone voor medewerkers en vrijwilligers bevindt zich in het Depotgebouw, De Refter op de begane grond en de verdiepingen van het Dormitorium. Een centrale plek neemt het kantorencluster op de verdiepingen van het Dormitorium in, het hart van het ensemble. Een doorgaande kelder verbindt het Depotgebouw, de Refter en het Dormitorium. Deze zone heeft drie eigen stijgpunten. Een bestaande lift en trap in het Depotgebouw, een bestaande lift en trap in het Dormitorium en een nieuwe goederenlift en trap in de nieuwe bebouwing.

    Diagram
  • Entree
  • Entreehal